|
Misbruik van de notionele interestaftrek tegengaan - deel 2 |
|
|
|
10/10/2007 |
|
De notionele interestaftrek kost veel meer dan verwacht. De voorafbetalingen zouden volgens de prognoses meer dan 900 miljoen euro onder het verwachte cijfer uitkomen. Blijkbaar wordt onrechtmatig belasting ontweken via kunstmatige constructies. Zo worden binnen ondernemingsgroepen vennootschappen opgericht zonder economische bestaansreden, maar enkel en alleen om fiscale redenen. Dirk Van der Maelen heeft minister Jamar gevraagd maatregelen te nemen om de misbruiken tegen te gaan.
De minister antwoordde dat:
-
er voldoende wettelijke bepalingen zijn om misbruiken van de notionele intrestaftrek tegen te gaan
-
de notionele intrestaftrek zal worden geëvalueerd, en dat bij een negatieve evaluatie maatregelen genomen zullen worden
-
het de volgende regering zal zijn die zal beslissen of er aanpassingen gebeuren of niet
-
zo'n evaluatie pas mogelijk is wanneer het grootste deel van de vennootschapsbelasting is ingekohierd voor aanslagjaar 2007
Repliek Dirk Van der Maelen:
Ik wil graag bijdragen tot een stabiel investeringsklimaat in België, maar een stabiel fiscaal kader op (middel)lange termijn is alleen maar houdbaar indien tegelijk opgetreden wordt tegen oneigenlijk gebruik en misbruik. Dit is momenteel niet het geval.
Er worden mij heel wat misbruiken gemeld, ik som er drie op:
-
Binnen ondernemingsgroepen worden papieren vennootschappen opgericht zonder economische bestaansreden, maar enkel en alleen om fiscale redenen. De regering was zich van dit risico bewust en is met de banken - de meeste schema's moeten immers ergens een financiering krijgen - rond de tafel gaan zitten. Aan de banken werd gevraagd 'behoedzaam' te zijn en te vermijden om 'voor zichzelf of voor cliënten bijzondere montages' op te zetten 'louter om een fiscaal voordeel te creëren'. De financiële sector heeft zich geëngageerd via een gedragscode.
Binnen de regering was er ten tijde van de invoering van de notionele intrest een duidelijk akkoord dat het bovenstaande niet gewenst gebruik is.
Ik stel vast dat de Minister niet optreedt, niets doet om een af ander af te remmen of bij te sturen. De administratie heeft reeds in juli 2006 een voorstel van circulaire doorgestuurd aan het kabinet om duidelijkheid te verschaffen in wat kan en niet kan. De Minister wil liever geen circulaire om zo de handen vrij te houden en via antwoorden op parlementaire vragen af en toe een 'cadeautje' uit te delen. Dit is om misbruiken vragen. We zijn op weg naar een situatie waarbij enkel mensen die geen vennootschapsstructuur hebben nog een ‘fair share' aan belastingen betalen.
Via antwoorden op andere parlementaire vragen maakt de minister duidelijk dat de fiscus alle ‘papieren vennootschappen' moet erkennen. In de fiscaliteit geldt echter het zogenaamde 'realiteitsbeginsel'. Belastingen worden geheven en toegepast op reële situaties die niet altijd samenvallen met een juridisch gecreëerde werkelijkheid. De fiscus moet met andere woorden wel door die papieren vennootschappen heen kijken.
|