Van der Maelen trekt Kamerlijst sp.a in Oost-Vlaanderen
De sp.a-kopstukken voor de
federale verkiezingen van 13 juni zijn bekend. "Na drie jaren stilstand
willen we de welvaart opnieuw op gang trekken en samen vooruit gaan", zei
Caroline Gennez bij de voorstelling van de lijsttrekkers. In Oost-Vlaanderen
wordt Dirk Van der Maelen lijsttrekker voor de Kamer.
De 57-jarige Van der Maelen werd
in 1989 voor het eerst verkozen als Volksvertegenwoordiger. Van 1999 tot 2007
was hij sp.a-fractieleider in de Kamer. Sinds oktober 2007 is Dirk
ondervoorzitter van sp.a.
Dirk wordt tot ver over de partijgrenzen
geroemd voor zijn bijzondere inzet en dossierkennis inzake defensie,
buitenlands beleid en financiën. De Morgen riep hem uit tot beste parlementslid
van de vorige legislatuur. Niet alleen van sp.a, maar van alle Vlaamse
partijen. "Bijna in zijn eentje verbrijzelde hij in Vlaanderen de perceptie van
Didier Reynders (MR) als intelligente topminister, door de vele wantoestanden
op Financiën nauwgezet in kaart te brengen", schreef de krant.
Naast ferm oppositiewerk leverde Dirk
ook een belangrijke constructieve bijdrage in het Parlement. In de
onderzoekscommissie die de grote fiscale fraudedossiers van de afgelopen 20
jaar onderzocht, speelde hij een voortrekkersrol. Een deel van de aanbevelingen
van die commissie zette hij om in concrete wetsvoorstellen.
Op 21 juni 2009 haalde Dirk een
belangrijke slag thuis toen het verbod op uraniumwapens in werking trad. Na het
verbod op landmijnen en clustermunitie - en opnieuw als gevolg van een
wetsvoorstel van Dirk Van der Maelen - nam België voor de derde maal het
voortouw in de strijd tegen onmenselijke wapens. Nu moet ons land ervoor ijveren dat het verbod op
uraniumwapens internationaal navolging krijgt zoals het verbod op landmijnen -
intussen ondertekend door 156 landen - en het verbod op clustermunitie, dat
werd ondertekend door 106 landen.
In het parlement wil Dirk blijven
wegen op dossiers rond eerlijke fiscaliteit en internationale rechtvaardigheid.
"Voor mensen die werken willen we de belastingen verlagen. Van grote vermogens
vragen we een eerlijke fiscale bijdrage. Met ons plan zal 80% van de mensen
erop vooruitgaan." Dirk zal er ook voor blijven pleiten om onze soldaten zo
snel mogelijk terug te halen uit Afghanistan. "Die oorlog is zinloos, uitzichtloos en duur. Alleen een
diplomatieke oplossing kan vrede en welvaart brengen voor de Afghanen."
Congolese militairen beter disciplineren dan défileren.
16/03/2010
Op
17 maart 2010 protesteerde Dirk Van der Maelen tegen de ‘surrealistische
uitnodiging' van minister van defensie Pieter De Crem om Congolese troepen
mee te laten defileren op de Belgische feestelijkheden op 21 juli. De sp.a-er
betreurt dat zo'n flater de aandacht afwendt van een parlementair debat over
essentiële hervormingen in Congo en hoe België hiertoe kan bijdragen. In de
kamercommissie defensie suggereerde de volksvertegenwoordiger verschillende
actiepunten voor.
Dirk Van der Maelen (sp.a) betreurt de
beslissing van het kernkabinet om de koning naar Congo te laten gaan. "Met een
koninklijk bezoek dekt België het wanbeleid van Kabila af. Dit is een kaakslag
voor iedereen die in Congo ijvert voor een ander bestuur, in het belang van het
volk, en niet van zijn leiders."
Voor de eerste keer geeft minister van Financiën Didier
Reynders (MR) toe dat misbruik wordt gemaakt van de 'notionele
intrestaftrek', een belastingvoordeel voor ondernemingen dat door de
regering-Verhofstadt II is ingevoerd. Reynders bevestigde gisteren in de Kamer
dat de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) verscheidene misbruiken door grote
ondernemingen onderzoekt.
Op het einde van vorig jaar moest de fiscus nog 21,8 miljard euro belastinggeld
innen. Daar komt nog eens 10,6 miljard euro aan 'niet-invorderbare'
belastingschulden bij, een bedrag waarvan de fiscus uitgaat dat het nooit meer
te recupereren valt. p.a-parlementslid Dirk Van der Maelen
dringt aan op een audit van het Rekenhof. "Ik heb de indruk dat Financiën zich nogal
gemakkelijk neerlegt bij die 10,6 niet-invorderbare miljarden. Een audit moet
uitwijzen of een betere organisatie, met specifieke vorming voor de ambtenaren,
daar niet meer werk van kan maken. Op basis daarvan is het meteen ook mogelijk
om te zien of en waar meer middelen en mensen ingezet moeten worden."