| Belastingparadijs België |
| 18/03/2009 | |
|
België staat op een officieuze OESO-lijst van belastingparadijzen die werd opgesteld ter voorbereiding van de volgende G20-top. Heel wat mensen hebben zich bij het horen van dat nieuws ongetwijfeld verslikt in hun koffie. België een belastingparadijs? Voor het merendeel van de Belgen is ons land allesbehalve een belastingparadijs. De belasting op arbeid is in ons land bijzonder hoog. Voor een alleenstaande zonder kinderen met een gemiddeld inkomen in 2006, ging 55,4% van de loonkost naar inkomensbelasting en sociale bijdragen. Bovendien is de fiscus - dankzij de goede medewerking van de werkgevers - perfect op de hoogte van die arbeidsinkomsten. Zo is het belasten van arbeidsinkomens een fluitje van een cent. Wat vermogensinkomsten betreft ziet het plaatje er helemaal anders uit. Een studie van PriceWaterhouseCoopers toont aan dat België inkomsten uit vermogen heel wat minder belast dan onze buurlanden. PWC ging uit van een fictieve belegging van 5 miljoen euro waarvan de helft belegd is in aandelen en de andere helft in obligaties. In België bedraagt de belastingdruk op deze fictieve belegging 15%. In Duitsland is dat 30%, in Nederland 26% en in Frankrijk zelfs 37%. Deze scheeftrekking - 15% voor de rentenier en 55,4% voor de loontrekker - is niet rechtvaardig. Maar dat is nog niet alles. Voor wie veel geld heeft en weinig belastingen wil betalen is het bankgeheim de kers op de Belgische taart. België is één van de weinige landen met een fiscaal bankgeheim. De fiscus is niet gemachtigd om in de rekeningen, boeken en documenten van financiële instellingen gegevens in te zamelen met het oog op het belasten van de klanten van deze instellingen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het bankgeheim worden opgeheven. Inzake de inkomstenbelastingen werden gedurende het jaar 2007 slechts 11 aanvragen tot opheffing van het bankgeheim ingediend. En aangezien de fiscus geen bankinfo mag gebruiken om belastingen vast te stellen, mag ze die info evenmin doorgeven aan andere landen. Daarom staat België op die befaamde OESO-lijst. De landen zonder bankgeheim zijn het beu dat een efficiënte inning van de belastingen onmogelijk wordt gemaakt door het bankgeheim van sommige landen. De druk op belastingparadijzen en hun bankgeheim is nog nooit zo groot geweest. Als gevolg van de financiële crisis kampen zowat alle overheden met enorme begrotingstekorten en zijn ze op zoek naar inkomsten. In die optiek zetten Merkel, Sarkozy en Brown hoog in op de aanpak van belastingparadijzen en hun bankgeheim. Ze rekenen erop dat een efficiënte en eerlijke belastinginning veel geld kan opbrengen zonder dat de belastingdruk wordt verhoogd. Er spelen echter ook morele argumenten mee. Bijna elke regering spendeert miljarden om de financiële sector te beschermen tegen de crisis die ze zelf veroorzaakt heeft. Het is dan ook onaanvaardbaar dat diezelfde banken de overheden miljarden euro's belastinggeld laten mislopen door het bankgeheim en het gebruik van belastingparadijzen. En we kunnen nu al spreken van een succes(je) van de G20. Luxemburg, Oostenrijk, Zwitserland, Liechtenstein, Andorra en San Marino hebben al aangegeven hun bankgeheim te willen versoepelen. Ook België, bij monde van minister Reynders, heeft aangekondigd in de toekomst ook bankgegevens van buitenlandse belastingplichtigen te zullen uitwisselen. Die toegeving is echter ruim onvoldoende. Reynders komt wel tegemoet aan de grieven van de G20, maar weigert zelf werk te maken van een eerlijke en efficiënte inning van de belastingen in België. De omvang van de ontdoken belastingen is hallucinant. Volgens een recente internationale studie van professor Schneider bedraagt het aandeel van de ondergrondse economie in België 21,5% van het BNP. Dit komt overeen met 30 miljard euro aan ontdoken belastingen. Indien we er in slagen om het fraudepercentage in België op hetzelfde niveau te brengen als dat van de ons omringende landen zoals Frankrijk (14,8%), Nederland (12,8%) en Duitsland (16,8%), dan zou dat jaarlijks 10 miljard euro opbrengen. En dat geld is broodnodig. Volgens cijfers die vandaag circuleren, zou België 4 miljard euro per jaar moeten besparen om de begroting in evenwicht te krijgen tegen 2013. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de regering het bankgeheim alleen ten aanzien van buitenlanders afschaft. Dat bankgeheim belemmert immers niet alleen de efficiënte belastinginning in andere landen, maar vooral in ons land zelf. Ik pleit dan ook met aandrang voor de onmiddellijke en volledige afschaffing van het bankgeheim. Zo hoeft België niet meer samen met o.a Monaco, Liechtenstein en Andorra op een lijst te staan, maar sluiten we aan bij landen als Nederland, Spanje, Denemarken, Frankrijk, Duitsland en vele anderen. Bovendien moet de regering ook maatregelen nemen om het gebruik van belastingparadijzen vanuit België te bemoeilijken. Op 1 februari 2007 - van een financiële of economische crisis was toen nog geen sprake - keurde de Kamer op mijn initiatief een resolutie goed die zo'n aantal maatregelen bevat: een gespecialiseerde eenheid ‘belastingparadijzen' binnen Financiën, de fiscus toelaten door constructies met belastingparadijzen heen te kijken en geen dubbelbelastingverdragen te sluiten met fiscale paradijzen. Nog geen enkele maatregel uit de resolutie werd uitgevoerd. Ik roep de regering op hier dringend werk van te maken. Als we de begrotingsuitdaging tot een goed einde willen brengen, moet het fiscale huishouden op orde worden gesteld. Een eerlijke belastinginning gaat niet samen met een bankgeheim en het gebruik van belastingparadijzen.
Dirk Van der Maelen |