| Bankgeheim: puntjes op de i |
| 10/10/2007 | |
|
Wanneer invorderingsambtenaren de vermogenstoestand van een belastingplichtige onderzoeken, mogen zij daarover inlichtingen vragen aan banken en andere financiële instellingen. De banken hebben zich daar lange tijd tegen verzet. In december 2006 werd klaarheid gebracht met de Programmawet. Sindsdien is er geen twijfel meer mogelijk: het bankgeheim geldt enkel op het vestigen van de belasting, en niet op de invordering ervan. Dit betekent dat banken en andere financiële instellingen het bankgeheim niet kunnen inroepen wanneer ze een vraag om inlichtingen krijgen van een invorderingsambtenaar. De invorderingsambtenaar kan met andere woorden alle inlichtingen bij banken opvragen die relevant zijn voor de invordering van belastingschulden. Sp.a - fractieleider Dirk Van der Maelen heeft uit goede bron vernomen dat banken nog steeds weigeren de gevraagde inlichtingen te verstrekken. De banken en financiële instellingen zouden gezamenlijk afgesproken hebben dat de invorderingsambtenaar enkel de gegevens kan verkrijgen van de toestand op het moment van de vraag om inlichtingen. Nochtans is rekeninginformatie die dateert van de periode vóór de vraag om inlichtingen bijzonder relevant, zelfs cruciaal, met het oog op de invordering. Van der Maelen heeft aan staatssecretaris Jamar duidelijkheid gevraagd. De staatssecretaris bevestigde dat bankgeheim niet geldt voor invorderingsambtenaren en dat de banken ook rekeninginformatie die dateert van de periode vóór de vraag om inlichtingen aan de invorderingsambtenaren moeten verstrekken. Van der Maelen heeft de staatssecretaris gevraagd dit aan alle banken en financiële instellingen te melden. Van der Maelen wil ook dat de staatssecretaris bij zijn administratie navraagt welke banken en financiële instellingen de restrictieve interpretatie van artikel 319bis WIB92 hanteerden.
|